Pulswing

Na het succes van de SumWing (ontwikkeld door HFK Engineering) en de pulskor (ontwikkeld door Verburg Holland B.V/Delmeco) ontstond het idee om de pulstechniek in te bouwen in de SumWing. Door de 2 succesvolle innovatieve ontwikkelingen met elkaar te combineren kon er namelijk een nog grotere brandstofbesparing worden bereikt met minder bijvangst en bodemimpact. HFK Engineering is met dat idee aan de slag gegaan met een groep vissers in het project ‘Pulswing’ en zodoende werd de Pulswing ontwikkeld.

Hier zie je de Pulswing. De boom is vervangen door een vleugel en er worden elektroden gebruikt i.p.v. wekkerkettingen voor het vangen van de platvis.

Hier zie je de Pulswing. De boom is vervangen door een vleugel en er worden elektroden gebruikt i.p.v. wekkerkettingen voor het vangen van de platvis. Brunelco

Momenteel is de Pulswing de meest gebruikte vangsttechniek binnen de Nederlandse visserij. De Coöperatieve Visserij Organisatie telde in mei 2015 in totaal 84 schepen in de pulsvisserij. Daarvan waren 63 schepen uitgerust met een Pulswing.

1Beschrijving

Bij de Pulswing is de boom van de boomkor en pulskor vervangen door het vleugelmodel van de SumWing. Voor het vangen van de platvis gebruikt de Pulswing de pulstechniek, waarbij elektrische pulsen worden gebruikt om de platvis op te laten krullen.

De pulswing in werkingWetec

Ten opzichte van de SumWing zijn dit de belangrijkste veranderingen bij de Pulswing:

  • De trekpunten zijn verzonken in de vleugel om minder weerstand te creëren en een beter gedrag te bewerkstelligen in de ‘punten’ (zeer ongelijke visgronden).
  • Dikkere RVS slijtpanelen aan de onderzijde van de vleugel.
  • Onderplaat is van 10 mm naar 12 mm staal gegaan.
  • Aangepaste trek-ontlaste ogen, om de 415 mm.
  • Aangepaste bevestigingslippen in de cassette plaatsen om de puls-modulen aan te kunnen zetten.

Wat betreft de pulstechniek zijn er in de Pulswing wel een groot aantal veranderingen ten opzichte van de pulstechniek die gebruikt wordt in de pulskor van Delmeco. Zo is ervoor gekozen om de pulstechniek onder te brengen in losse modulen. Het systeem van Delmeco (voorheen Verburg Holland B.V.) was op het moment van uitvoeren van het project erg kostbaar en complex qua techniek. Het idee om met losse pulsmodules te werken moest ervoor zorgen dat alles wat complex in elkaar zat zich in één enkele module zou bevinden. Voordeel was dan dat gemakkelijk te constateren was waar defecte onderdelen van het systeem zaten. Meerdere modules werden in de wing geklikt en vormden zo samen het gehele pulssysteem. Wanneer er een defect aan het systeem was konden er op zee eenvoudig één of meerdere modulen worden vervangen. Uitgangspunten voor de ontwikkeling van een pulsmodule in 2009 waren:

  • Maximaal 15V tussen de elektrodes.
  • Maximaal 1.5 keer de boomlengte in kW.

2Werkwijze

De pulskarakteristieken en de werking van het elektrische wekveld zijn al besproken bij de pulskor. Zoals hierboven al is besproken is de pulsmodule van de Pulswing wel verschillend ten opzichte van de pulskor. Om te komen tot een pulsmodule die op zee gemakkelijk uitwisselbaar is, werd gezocht naar waterdichte connectoren en een montagemethode waarbij er bij voorkeur geen gereedschap nodig zou zijn.

Voor het monteren van de modules in de wing werd een kliksysteem ontworpen dat met twee schroevendraaiers kon worden losgemaakt. Omdat het systeem direct in de praktijk zou worden toegepast, werd dit relatief lang voorbereid en besproken. Elke pulsmodule kreeg een eigen elektrode. Deze elektrode liep vanaf de module drie meter naar achteren en kwam daar boven de zeebodem. Er werd veel aandacht besteed aan het voorkomen van het kapot trillen van de elektrode.

Een enkele pulsmodule met hoofdmaten (links) en de ophanging van de Pulswing (rechts).

Een enkele pulsmodule met hoofdmaten (links) en de ophanging van de Pulswing (rechts). LEI

Uiteindelijk waren alle modules in de wing geheel hydrodynamisch en gemakkelijk te (de)monteren. De keuze om voor optimale stroomlijning te gaan leidde ertoe dat de vleugel niet zonder speciale steunen aan dek kon worden geplaatst. Daarom worden de wings aan weerskanten voorzien van ‘klauwen’ waardoor de wings in beugels kunnen worden gehangen die boven op de ‘potdeksel’ of ‘railing’ worden gemonteerd. De elektroden die aan de achterkant van de vleugel zijn bevestigd blijven hiermee vrij van het werkdek. In de afbeelding hierboven is te zien hoe de wing wordt opgehangen aan de ‘zij’ van het schip.

3Doelsoorten en bijvangsten

De doelsoorten voor de Pulswing zijn platvis en dan met name tong. Qua doelsoorten en bijvangst is de Pulswing gelijk aan de boomkor, maar er worden met de Pulswing minder ondermaatse vissen en bodemdieren gevangen in vergelijking met de boomkormethode. Doordat de Pulswing ook gebruik maakt van de pulstechniek om vis te vangen zijn de resultaten vergelijkbaar met die van de pulskor.

4Gedrag van vis ten opzichte van het vistuig

Ook het gedrag van vissen ten opzichte van de Pulswing is vergelijkbaar met dat van de pulskor. Daarom verwijzen we naar het hoofdstuk over de pulskor waarin het gedrag van vissen ten opzichte van de pulskor al uitgebreid staat beschreven.

5Verwerking

Net als bij de pulskor is de vangstverwerking van de Pulswing makkelijker dan bij de boomkorvisserij doordat er minder bijgevangen wordt. Hierdoor is er minder tijd nodig tijdens het sorteren van de vis en verloopt de verwerking van de vangst sneller. Mede door de snellere verwerking neemt ook de overlevingskans van de bijvangst toe.

6Duurzaamheid

Evenals de pulskor vist de Pulswing veel lichter dan de boomkor en met een lagere vissnelheid, waardoor er minder motorvermogen nodig is en er brandstof bespaard kan worden. Bij het vissen met de Pulswing wordt zelfs meer brandstof bespaard als met de pulskor het geval is. In 2011 is er een onderzoek gedaan waarbij een boomkor, pulskor en Pulswing tegelijk visten. Zoals te zien is in onderstaande afbeelding verbruikte de Pulswing (TX36) het minste brandstof gedurende het onderzoek.

De resultaten in brandstofverbruik en brandstofkosten tijdens een onderzoek waarbij vergelijkend is gevist tussen een kotter met een boomkor (GO4), een kotter met de Pulswing (TX36) en een kotter met een pulskor (TX68).

De resultaten in brandstofverbruik en brandstofkosten tijdens een onderzoek waarbij vergelijkend is gevist tussen een kotter met een boomkor (GO4), een kotter met de Pulswing (TX36) en een kotter met een pulskor (TX68). B. van Marlen

Door het afgenomen brandstofverbruik is er ook een aanzienlijke daling in CO2 uitstoot met de Pulswing, waardoor deze ook beter is voor het milieu. De Pulswing heeft veel overeenkomsten qua duurzaamheid met de pulskor, daarom verwijzen we naar het hoofdstuk over de pulskor waarin de duurzaamheidsaspecten van de pulskor al uitgebreid staan beschreven. Qua regelgeving moet de Pulswing ook aan alle voorwaarden voldoen die genoemd worden bij de Pulskor.