Mosselkor

Mosselen (Mytilus edulis) zijn economisch gezien de belangrijkste schelpdieren voor Nederland. Wereldwijd wordt er jaarlijks circa 197.000 ton mosselen geproduceerd. In Nederland ligt de productie ongeveer op 50.000 ton. De belangrijkste afzetmarkten zijn België en Frankrijk. Verder heeft de Nederlandse mosselsector een belangrijke marktpositie in de EU.

Mosselproductie wereldwijd FAO

Mossel aanvoer en opbrengst in Nederland WUR

 

1Beschrijving

In Nederland worden bijna alle mosselen op de bodem van de zee gekweekt. Dat noemt men ook wel bodemcultuur (bottom culture) en is een van de goedkoopste manieren om mosselen te kweken. De natuurlijke omstandigheden in Nederland, zoals het ondiepe water, zijn gunstig voor de bodemcultuur en in Nederland hebben we al jarenlange ervaring opgebouwd met deze kweektechniek. Mede hierdoor zal de Nederlandse mosselkweek wel altijd een bodemcultuur blijven.

De Nederlandse mosselvisserij en -kweek vinden plaats in de Waddenzee en in de Zeeuwse Delta. In totaal zijn rond de 70 schepen actief binnen de mosselsector. Mosselen worden met een mosselkor gevangen (zie onderstaande afbeelding). De schepen gebruiken twee of vier mosselkorren. De kor bestaat uit een net dat vast zit aan een metalen raamwerk. Het net is ongeveer 1.9m breed en een stalen pijp van 4cm wordt over de bodem gesleept. Als het net vol is, wordt het geleegd in het ruim van het schip.

Dit vistuig wordt voornamelijk gebruikt voor het opvissen van consumptiemosselen op de kweekpercelen. Het is door de eeuwen heen onveranderd gebleven. Voor het vangen van het mosselzaad gebruikt men sinds 2010 voornamelijk mosselzaad-invanginstallaties (MZI’s) en geen mosselkorren meer. Door gebruik te maken van MZI’s laat je de bodem met rust waardoor schelpdierbanken, zeegrasvelden en bodemdieren niet worden verstoord.

Hier zie je 2 mosselkorren gevuld met mosselen die boven water worden gehaald.

Hier zie je 2 mosselkorren gevuld met mosselen die boven water worden gehaald. M. Waes

De mosselkotters die gebruikt worden in de mosselsector hebben een lengte die uiteenloopt van 30 tot 40 meter. De grootste vaartuigen hebben zelfs een lengte van 45 meter met een breedte van tien meter. Door hun geringe diepgang kunnen deze vaartuigen gemakkelijk de percelen op het relatief ondiepe wad bereiken.

De meeste mosselkotters staan ingeschreven in Yerseke, Bruinisse, Zierikzee, Tholen, Hontenisse en Wieringen. De meest recent gebouwde mosselkotters zijn allemaal uitgerust met geavanceerde apparatuur en installaties om de mosselen te vangen, te spoelen en op te slaan. Ook kunnen de kotters mosselen lossen op de eigen percelen, of op de verwaterpercelen, nadat de partij is geveild op de Mosselveiling.

2Werkwijze

Nederlandse mosselen worden gekweekt in de westelijke Waddenzee en in de Oosterschelde. Deze gebieden staan in open verbinding met de Noordzee. De grondstof voor mosselkweek is mosselzaad. Mosselzaad wordt verkregen via MZI’s, dit is een constructie waarbij met behulp van touwen en netwerk mosselbroed wordt opgevangen. MZI’s worden gebruikt om mosselzaad in te vangen door substraat in de waterkolom aan te bieden waaraan de mosselzaadjes zich kunnen hechten en ontwikkelen zonder veel last te hebben van predatie door bodemdieren zoals zeesterren, krabben en garnalen.

Na enkele maanden wordt het zaad geoogst en alsnog op naar de kweekpercelen verplaatst. Er zijn invangsystemen waarbij gebruik wordt gemaakt van verticaal gehangen netten en touwen (zie afbeeldingen hieronder), en er zijn systemen waarbij touw om een haspel is gewonden.

Hier zie je 2 verschillende MZI’s die gebruikt worden om mosselzaak te vangen.

Hier zie je 2 verschillende MZI’s die gebruikt worden om mosselzaak te vangen. Rijke waddenzee & Lekker Tafelen

Het gevangen mosselzaad wordt uitgezaaid op de percelen, de zogenaamde kweekpercelen. De mosselkwekers pachten de percelen van de overheid. Op deze onderwaterakkers groeit het zaad in een jaar uit tot de zogenaamde “halfwasmosselen”. Ze hebben dan een lengte van 2-3 centimeter. Deze halfwasmosselen worden opnieuw opgevist en uitgezet op percelen waar het voedselaanbod, in de vorm van natuurlijk plantaardig plankton, optimaal is. Daar groeien de mosselen op tot een marktwaardig consumptieproduct.

Om tot een optimale productie te komen is een mosselkweker afhankelijk van de ligging van de percelen. De mosselkweker doet zijn uiterste best om de percelen in een prima conditie te houden. Regelmatig maakt een mosselkweker de percelen schoon. Daarbij gaat het vooral om het verwijderen van zeesterren; aartsvijand nummer één van de mossel. De zeester is namelijk in staat om de mosselschelp open te trekken en de mossel op te eten (zie onderstaande afbeelding). Zeesterren kunnen in grote aantallen enorme schade aanrichten.

De kwaliteit van een perceel wordt verder ook bepaald door de ligging en de diepte. Bij strenge winters hebben ondiepe percelen meer te lijden dan diepe percelen. IJsgang kan, bij ondiepe percelen, de mosselvoorraad aantasten. Datzelfde geldt voor stormen. Percelen die in dieper water en op minder stormgevoelige plaatsen liggen zijn minder kwetsbaar. Zodra de mosselen de gewenste grootte hebben bereikt kunnen ze worden opgevist met de mosselkor en verder worden verwerkt.

Een zeester verorbert een mossel.

Een zeester verorbert een mossel. Mosselwad

3Doelsoorten en bijvangst

De doelsoort van de mosselkor is de gewone mossel (Mytilus edulis). De gewone mossel heeft een lange, asymmetrische schelp die vrij dun en hard is. Verder is de schelp blauwzwart gekleurd met een dun glanzend vlies dat bij het opdrogen snel afschilfert. De binnenkant van de schelp is parelmoer glanzend. Het heeft een slot zonder tanden. De gekweekte mossel is meestal 4 à 6 cm lang. De mossel spint zich met byssusdraden aan de bodem, aan palen of stenen van hoog in de getijdenzone tot 20 m diepte vast.

Byssusdraden zijn stevige eiwitdraden, waarmee een mossel zich vasthecht aan het substraat (soms ook wel eens baard genoemd)Rijkswaterstaat

Bij mosselen zijn er geen wisselingen van geslacht zoals bij de oester. Mosselen zijn of vrouwelijk of mannelijk. In het eerste jaar kunnen ze onder gunstige omstandigheden al geslachtsrijp zijn. De eitjes van de mossel zijn ongeveer 70 µm in diameter als ze in het water worden uitgestoten. De hoeveelheid eitjes kan variëren van 0,5 tot 10 miljoen. In het water worden de eitjes bevrucht door het eveneens in het water afgezette zaad. Eitjes die niet binnen 4 tot 6 uur (bij 18ºC ) bevrucht worden, kunnen zich niet verder ontwikkelen, terwijl het zaad binnen 1 à 2 uur zijn beweeglijkheid verliest bij dezelfde temperatuur. De periode van paaien is voor de mossel in Nederland van april tot en met juni, met vaak een tweede piek in de nazomer.

Uit het bevruchte eitje ontwikkelt zich een larve (zie afbeelding hieronder) die in het water blijft zweven (pelagisch). De larve voedt zich gedurende 1 tot 3 weken met in het water zwevende microscopisch kleine plantjes en diertjes (plankton), voordat broedval plaatsvindt.

Onder broedval verstaan we de vestiging van de larve op een geschikte ondergrond. De larve van de mossel heeft een voorkeur voor een ruw oppervlak.

Hoe lang een mossel larve blijft, is afhankelijk van verschillende factoren zoals:

De periode van bevruchting tot het vastzetten duurt ongeveer 20 dagen. De overleving tijdens de larve fase en de mogelijkheid tot broedval zijn van groot belang voor het broedsucces. Over het algemeen treedt er een grote sterfte op onder de larven en het broed. De overleving wordt geschat op minder dan 1% van de oorspronkelijk geproduceerde larven. Een belangrijke sterftefactor van het broed is voedseltekort door competitie met ander broed of met andere diersoorten. Het zeer kleine broed is het voedsel voor veel andere dieren zoals slakken, kleine krabben, garnalen en zeesterren. Qua bijvangst worden voornamelijk zeesterren en krabben bijgevangen met de mosselkor.

De gewone mossel (links) en de larven van de gewone mossel (rechts).

De gewone mossel (links) en de larven van de gewone mossel (rechts). Zilte Zee & ILVO

4Gedrag mossel ten opzichte van het vistuig

De gewone mossel ligt meestal op de zeebodem van een mosselperceel en verplaatst zich nauwelijks. Dit veranderd niet zodra er gevist wordt met de mosselkor en vandaar is het gedrag van de mossel ten opzichte van de mosselkor niet heel erg belangrijk voor deze visserij.

5Verwerking

Als de mosselhandelaar de mosselen nodig heeft, haalt hij ze van deze natuurlijke mosselpercelen. De mosselen doorlopen aan boord van het schip van de mosselhandelaar een eerste spoeling. Daarna volgt aan wal nog een extra verwaterproces in speciale containers om de mosselen van zand, dat tijdens het vissen in de mosselen terecht is gekomen, te ontdoen. Dat kan enkele uren in beslag nemen. Bij de verwerking van mosselen gaat het erom dat de mosselen eerst onttrost worden en dat de pokken eraf zijn.

De meeste mosselen zijn bestemd voor de versmarkt en worden verpakt in plastic zakken of bakken van verschillende gewichten. Verder worden mosselen ook verwerkt tot conserven en diepvriesproducten. Voordat de mosselen in potjes en/of blikjes geconserveerd worden, doorlopen ze een kookproces. Ze worden slechts enkele minuten gekookt in stoom. Een speciale machine zorgt ervoor dat het gekookte mosselvlees uit de schelp getrild wordt. Naast de verwerking tot conserven, kunnen mosselen na het kookproces ook in vriestunnels diepgevroren worden.

De mosselen worden aan boord van het schip als eerste gespoeld.

De mosselen worden aan boord van het schip als eerste gespoeld. Lekker Tafelen

Verpakkingsproces

Vrijwel alle mosselhandelaren leveren verse mosselen in plastic zakken en bakken en in jute zakken. Uiteraard worden de mosselen in gekoelde wagens gedistribueerd. Dat geldt ook voor de verse mosselen die in waterdichte plastic zakken of bakken zijn verpakt. Om er voor te zorgen dat de mosselen lang vers blijven wordt er een gasmengsel aan de zak of bak toegevoegd. Dat gasmengsel bestaat voor een groot deel uit zuurstof, waardoor de mosselen lang houdbaar blijven.

Daarnaast speelt de temperatuur een belangrijke rol. Want nog voordat de mosselen in de verpakking verdwijnen, worden ze goed doorgekoeld. Ze gaan dus koud de verpakking in. Het voordeel hiervan is dat door de lage temperatuur de mossel in een soort “winterslaap” komt en hij dus weinig zuurstof nodig heeft.

Het verwerken van de mosselen aan de wal. Daarbij worden de mosselen gewassen (links), verpakt (midden) en eindigen ze verpakt bij de consument (rechts).

Het verwerken van de mosselen aan de wal. Daarbij worden de mosselen gewassen (links), verpakt (midden) en eindigen ze verpakt bij de consument (rechts). Cortech & Qualimer

Koelketen

De tijd tussen het opvissen van de mosselen op de percelen en de levering aan winkel en groothandel bedraagt niet meer dan 24 uur. Afgezien van een juiste behandeling tijdens het verwerkingsproces staat of valt de houdbaarheid ofwel de versheid van de mosselen. De koelketen mag dus niet onderbroken worden.

De koelketen begint bij de mosselhandelaar zodra het water via de verswaterleiding binnenkomt. Een deel van dat water gaat direct naar de verwatercontainers en een ander deel komt in machines terecht die het water verder terug koelen. Dat afgekoelde water wordt in verschillende fases van het verwerkingsproces gebruikt om de mossel uiteindelijk terug te koelen naar een kerntemperatuur van 3 à 4 graden.

Bij aanvang van de eerste verwerkingsfase is de temperatuur van het water 15 graden. Aan het eind van het productietraject is dat gedaald tot 1 graad. Het afkoelen heeft als voordeel dat de mossel in een winterslaapsituatie terechtkomt, waarbij zijn stofwisseling op een bijzonder laag pitje komt te liggen. Die winterslaap kan de mossel voortzetten als hij verpakt wordt in waterdichte zakken of bakken, die tussentijds opgeslagen en gedistribueerd worden in respectievelijk geconditioneerde ruimten en gekoelde vrachtwagens.

Controle mosselhandel

Evenals de kweekgebieden wordt ook de mosselhandel voortdurend onderworpen aan een stringente controle. Van de reeds verwerkte en voor verzending gereedgemaakte partijen mosselen worden wekelijks monsters genomen. Hierbij gaat het vooral om microbiologische controle op E. coli bacteriën en Salmonella. Deze controle vindt plaats in een extern laboratorium. Alle mosselhandelaren zijn erkend door de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). Overigens voeren de mosselhandelaren ook zelf controles uit.

Bemonstering van de mosselen op TTX (een neurotoxine) in de OosterscheldeOmroep Zeeland

6Duurzaamheid

Milieu- en natuurorganisaties vinden dat er meer mosselzaad moet blijven liggen op de banken om als voedsel te dienen voor allerlei vogels en zeedieren. Daarnaast hebben mosselbanken belangrijke ecologische functies zoals:

De mossel voedt zichzelf door plankton uit zeewater te filteren. Daarmee zuivert de mossel ook het water.

De mossel voedt zichzelf door plankton uit zeewater te filteren. Daarmee zuivert de mossel ook het water. Visgilde

Mosselkwekers vinden dat er juist meer mosselen komen door het opvissen en weer uitzaaien van het mosselzaad. Uiteindelijk zijn hier duidelijke afspraken over gemaakt in een convenant gesloten door het Ministerie van Economische Zaken, natuurorganisaties en de mosselsector in 2008 genaamd ‘Transitie mosselsector en natuurherstel Waddenzee’. Een van de belangrijkste afspraken daarin is dat mosselkwekers ieder jaar meer mosselzaad moeten krijgen door gebruik te maken van MZI’s. Deze manier van mosselzaad vangen is veel arbeidsintensiever als het mosselzaadvissen met de mosselkor.

In de mosselsector zijn inmiddels initiatieven op gang gebracht om dit te verbeteren. Samen met technologen en engineers is men nu bezig met het ontwikkelden van een geautomatiseerde mosselzaai- en oogstinstallatie. Als deze techniek goed blijkt te werken, dan zorgt dat voor een duurzamere mosselkweek op gebied van alle 3 P’s. Dat is ook de reden dat het Europees Visserij Fonds (EVF), Provincie Zeeland en het ministerie van Economische Zaken met zo’n 10.000 euro het tweejarige project financieel ondersteunen.