Slakken (Gastropoda)

Slakken uit de zee worden in Nederland maar weinig gegeten. Dit laat niet weg dat sommige landen dit als een ware delicatesse zien. In Nederland zijn voor de visserij twee soorten van belang: de wulk en de alikruik.

Een Alikruik (Littorina littorea).

Een Alikruik (Littorina littorea).R. Groeneveld

Een wulk (Buccinum undatum).

Een wulk (Buccinum undatum). A. Hansen

1Wulk

De wulk (Buccinum undatum) is geen doelsoort, maar wordt door sommige Nederlandse vissers als bijvangst gevangen.

De schelp van een wulk.

De schelp van een wulk.Biopix

Een wulk op een zandige bodem.

Een wulk op een zanderige bodem.BioImages

De wulk behoort, samen met de noordhoren (Neptunea antiqua), tot de familie van wulkachtigen. De schelp van de wulk heeft zeven tot acht windingen en is grijs tot geelbruin. Over de breedte lopen ribben en in de lengte kun je groeilijnen zien. De noordhoren (max. 20 cm lang) wordt groter dan de wulk (max. 11 cm lang) en heeft meer ribben (reliëf) op de schelp.

De schelp van de noordhoren kan erg op die van de wulk lijken, maar wordt groter en heeft meer reliëf.

De schelp van de noordhoren kan erg op die van de wulk lijken, maar wordt groter en heeft meer reliëf.Aphotomarine

De speekselklier van de noordhoren bevat een licht giftig stofje (tetriamine). Hierom worden noordhorens soms uit de vangsten van wulken verwijderd. Hij kan wel gegeten worden, maar dan wordt de klier eerst verwijderd. Consumptie van (teveel) tetriamine kan leiden tot verschillende ziekteverschijnselen, zoals verlammingen en dubbelzien.

Een eikapsel van de wulk.

Een eikapsel van de wulk.G. Geller-Grim

De wulk maakt een eikapsel om de eitjes heen en zet ze aan elkaar vast zodat zich een bal vormt, zoals te zien is op de afbeelding hieronder. Deze kan je vaak op het strand vinden. Larfjes die uit het eikapsel komen hebben direct al een miniatuur schelpje.

Jonge wulken, al met een miniatuur schelp, kruipen uit het eikapsel.

Jonge wulken kruipen uit het eikapsel en hebben al met een miniatuur schelp.D.P. Wilson

2Alikruik

De alikruik (Littorina littorea) wordt in Nederland niet veel gegeten en gekweekt, hoewel hij in een aantal andere landen een ware delicatesse is. De slak wordt gekookt en vervolgens met een kromme naald uit zijn huisje gepeuterd. Ze worden vanuit Nederland geëxporteerd naar Engeland en Ierland. In de oesterputten in Yerseke worden ze tijdelijk opgeslagen. Om de levende alikruiken van de doden te onderscheiden, worden gele plastic flappen neergelegd in de oesterputten. De levende alikruiken kruipen erop en hechten zich er met een slijmlaagje op vast. Zo worden alleen levende alikruiken bovengehaald.

Twee alikruiken op een stenen ondergrond.

Twee alikruiken op een stenen ondergrond.VLIZ

De alikruik is meestal niet groter dan 4 centimeter en heeft een kegelvormig zwart, soms groen tot bruinachtig huisje. Dit is een zeediertje dat zich in de waterlaag tussen eb en vloed vasthecht aan bijvoorbeeld een meerpaal, betonrand of steen. Bij eb kun je deze diertjes verzamelen. In Zeeland worden ze ook wel kreukels genoemd. De alikruik zet eitjes in doorzichtige eikapsels af, wat erg lijkt op dat van de wulk. Na enkele dagen kruipen de larfjes al uit de eikapsels en zwemmen ze eerst een tijd vrij rond voordat ze een schelpje ontwikkelen.